Onzichtbaar gespuis
in Drenthe

door Chantal van Wees en David Rotting Bronkhorst

Na Harry Potter-gekte en Lord of the Rings-rage, mogen heksen, gedrochten en spoken op verhoogde populariteit rekenen. Dat je niet zo ver hoeft te zoeken om ze te vinden is weinig mensen bekend. Het Reestdal in de provincie Drenthe is doordrenkt van mystiek en legendes.

De griffioenen in het wapenschild op Huize Havixhorst (foto links) lijken ons toe te lachen, terwijl we onze koffer over de eeuwenoude klinkers van de oprijlaan slepen. Het oude ridderlijk goed van baron Jan Arent Godert de Vos van Steenwijk, tegenwoordig een hotel, mag dan buiten de bewoonde wereld liggen, het heeft zijn aanzien weten te behouden.

We zijn gekomen om te wandelen in het Reestdal, en niet veel later lopen we door het onaangetaste landschap. Niets dan natuur: het wuivende koren van de graanakkers, de oneindige velden met fluitekruid en dotterbloemen. Hoog in de lucht jubelen wulpen. Na een poosje verschijnt de Reest (foto onder), een van de weinige beken in Nederland die er nog net zo uitziet als honderden jaren geleden. De Reest vormde altijd de grens van Drenthe en Overijssel. Het stroompje is populair bij allerlei soorten geesten. Langs de krommingen van de wegen aan de oever dwalen vaak vuurgeesten, die in het diepste stilzwijgen wandelaars voorbijlopen. Deze 'veurspoeksels' laten niet met zich sollen. Volgens Drentenaren is het daarom raadzaam te allen tijde een bijbel bij je te dragen. Die zijn we helaas vergeten. Een bijbel helpt trouwens niet altijd. Witte wieven bijvoorbeeld zijn totaal ongevoelig voor het heilige woord. Deze wieven vallen reizigers lastig, voeren herders weg en nemen vrouwen en kinderen mee naar hun holen. Zoals Drentenaren beweren "Spoeckt et hier grouwelijck".

Grinnikende paarden
De enige wezens die we tegenkomen zijn paarden. Ze lopen enthousiast met ons op. Zijn ze misschien blij eindelijk normale mensen te zien? Als we blijven staan om ze wat gras te voeren, verschijnt er opeens een gerimpeld boertje achter ons. "Je moet ze onder de kin kriebelen, dan gaan ze grinniken", knauwt hij bijna onverstaanbaar. We maken ons snel uit de voeten als hij zelf als een paard begint te grinniken en niet meer ophoudt. Nog lang echoot de lach tussen de bomen door.

Het begint al te schemeren als we een statig landhuis tussen het groen ontwaren. Het Landgoed Dickinge, een voormalig benedictijnenklooster, is nu privbezit, maar oogt wel erg verlaten. Zonder overleg versnellen we onze pas en lopen het voorbij.

We komen terecht in een bos waar elfenbankjes de paden sieren. Een vreemd, klepperend geluid klinkt steeds luider. Plotseling staan we oog in oog met een dertigtal ooievaars, die op een afgelegen landje staan. Een betoverend gezicht, deze enorme steltenlopers met hun oranje snavels, maar het blijkt hier doodnormaal. De zweefvliegers van het platteland horen bij de Lokkerij, een buitenstation waar deze beschermde vogels in alle rust kunnen leven.

Zwarte katten
We zijn maar wat blij als we 's avonds uitgeput de groene slotgrachten van de Havixhorst bereiken. "Goed dat u er weer bent, we maakten ons al zorgen waar u bleef", zegt onze uiterst correcte gastheer bij de ingang, zonder erbij te vertellen wat de reden zou kunnen zijn voor die zorg. Een zwarte kat sluipt langs het raam dat over de duistere binnenplaats uitkijkt. Hij lijkt het gemunt te hebben op een stel ruziemakende mussen. De gastheer volgt onze blik en begint op fluistertoon te vertellen: "Heksen nemen meestal de gedaante van zwarte katten, muizen of hazen aan. Zo gaat het verhaal dat de meesterjager van Huize Havixhorst elke morgen een haas de laan zag oversteken. Natuurlijk schoot hij erop, maar hoe goed hij ook mikte, raken deed hij het beest nooit. Hij sprak met de baron over het geheimzinnige dier en deze gaf hem de raad om bij zijn hagellading drie roggekorrels te doen." Toen daarna het beest weer verscheen, schoot de jager het aan: maar het wist te ontkomen. De baron moest er meer van weten en ging op onderzoek uit. Het bleek dat de buurvrouw met het hoofd in doeken te bed lag. "Ze is weer beter geworden, maar de haas heeft zich niet meer vertoond."

Binnen de kasteelmuren is er geen enkele reden om ons onveilig te voelen, drukt hij ons op het hart. We geloven hem maar en frissen ons op in onze kasteelkamer, blij dat we met het donker binnen zijn. Wanneer ergens in het kasteel een pendule acht uur slaat, lopen we naar de eetzaal voor het avondeten. Onze gastheer helpt ons aanschuiven. "Geen aangeschoten haas vandaag", voegt de man glimlachend toe. We drinken bloedrode wijn uit de kelders van het kasteel en wanen ons baron en barones.

Terug op onze kamer turen we uit het raam naar de donkere bossen. Even denken we een schim te zien tussen de bomen. Het zou de duivel kunnen zijn, die hier naar verluidt rondwaart. Om de verzoekingen van de duivel te kunnen weerstaan, neemt men hier zijn toevlucht tot bezweringen. De eenvoudigste: 'In naome des Voaders, des Zeuns, des heiligen Geestes, gao weg, duvel! 'k Wil niks van oe weten en gien gedoe met oe hebben.' (foto links, Drentsche Duivelsboom).


De duivel vertoont zich niet. Het enige geluid dat we horen is het ruisen van de wind door de bomen. Op het nachtkastje ligt het Nieuwe Testament. Voor de zekerheid laten we toch maar een lichtje branden wanneer we deze magische omgeving laten voor wat zij is om in onze dromen witte wieven, heksen en ander gespuis na te jagen.

Handige websites
Alles over Drenthe op een rij: www.drenthe.nl, www.drentnet.nl
Een echt kasteel met chateauhotel, wijnkelder en restaurant: www.dehavixhorst.nl
Stel je eigen Reestdal wandelroute samen: www.drentslandschap.nl
Werkelijk alles over het Reestdal: www.hetreestdal.nl

 


 

 
Suspense Publishing