De nostalgische kusten van Anglia
door David Bronkhorst
East Anglia is afgesneden van de rest van de wereld. Door de Noordzee
en door moerassen in het binnenland. Voor wie kickt op ongerepte natuur en
nostalgie, is East Anglia 'the place to be'.
EAST ANGLIA - Als badplaats is Southwold al generaties lang
populair bij Engelse strandliefhebbers. Buiten het seizoen ligt het oude
vissersdorp er echter verlaten bij. Door de stille straatjes waait een straffe
wind. Sinds Koningin Victoria is het dorp weinig veranderd. Alles oogt netjes,
bij het kneuterige af. Glimmende blauwe deuren, rode postbussen en schattige
huisjes met namen als Back to Front Cottage: Miss Marple zou zich er helemaal
thuis voelen. De verf op de stenen huisjes is vermengd met varkensbloed, wat een
vreemd soort roze oplevert. In de ramen staan kleurige bloemetjes. Vroeger stond
er meestal een opgezette kat om tekens te geven aan dranksmokkelaars. Hoofdje
naar rechts: de kust is veilig. Kat achter het gordijn: vanavond maar niet
smokkelen.
Overal zijn gedenkplaatjes. Op muren, op banken, tussen de stoeptegels. Of
grootvader op dit stoeltje zijn pijp opstak of Winston Churchill hier rondliep
tijdens een strandvakantie; alles verdient een gedenkplaatje. Gedenken is hier
belangrijk, want zo blijft alles behouden.
Op het kerkplein staat winkelier John Blades (foto
links) van One St James Green zijn koopwaar uit te stallen. Kaarten van
Southwold in de zomer, vooroorlogs blikken speelgoed maar vooral snoep, heel
veel snoep. Binnen staan honderden glazen potten met nostalgische lekkernijen.
Blades is een echte candyman: een Willy Wonka met vreemde pretoogjes. "Good
morning'', zegt hij. "U bent niet van hier h. Maakt niet uit hoor. Hier, proef
dit snoepje eens, het heet Little Scarlet en werd voor het eerst gemaakt in
1885. Large Liquorice Torpedoes, de groene Sour Plooms; we hebben hier alles.
Maar een zakje doen met Bonfire Toffees? 65 pence graag.''
Met volle mond verlaat ik het winkeltje en word door de wind richting kust
geblazen. Een witte vuurtoren kijkt uit over een rusteloze zee, waarachter
uiteindelijk de Nederlandse kust schuilgaat. Ook de kanonnen st aan onze kant opgericht, en dat is niet zomaar. De
Nederlanders, maar ook de Fransen en de Duitsers, wilden hier ooit Engeland
binnenvallen. Alleen wij hebben hier in de 17de eeuw, onder bevel van Michiel de
Ruyter, echt huisgehouden. Wij zijn dat allang vergeten, maar hier hebben ze het
nog dagelijks over the bloody Dutch. Het strand is leeg. De zee ruist en bruist.
De witte pier op palen staat fier in de branding.
Op de punt staan twee hengelaars in dikke pakken op makreel te vissen. Maar
de zee is te wild, het enige wat ze binnenhalen zijn bollen donkerbruin zeewier.
Vissersboten liggen eenzaam op het kiezelstrand, naast kleurige strandhuisjes.
Niemand zit op de houten bankjes bij de boulevard. Je kunt er mistroostig van
worden, maar het heeft ook iets moois. Een mysterieus oranje licht breekt door
de donkere wolkenmassa.
Freakshow


In het
entertainment paleis op de pier loopt een ware Victoriaanse freakshow.
Engelsen hebben, zoals bekend, een vreemd gevoel voor humor. Ze houden van
het bizarre. Er staan monsterlijke attracties, met namen als Crankenstien (een
kale man in gevangenispak die na inworp van 50 pence spastische aanvallen
krijgt) en The Chiropodist, een mummieachtig besje dat voetmassages geeft.
"Good fun, eh?'', roept een dikbepakte hengelaar. De rest van zijn
vriendelijke commentaar gaat verloren in het huilen van de wind. De zeewind
blijf je horen, zelfs wanneer je over plattelandswegen het binnenland verkent.
Diepgroene heuvels, heggen, uitgestrekte moerasgebieden vol waaiend riet en
imposante zandduinen. Fazanten en reen springen weg in het struikgewas. Om de
paar honderd meter staat een verlaten, stenen kerk. Het zijn stille getuigen van
gemeenschappen die in de 14e eeuw door de pest zijn verdwenen. Je rijdt er langs
plaatsjes met namen als Cley next the Sea en Wells next the Sea. Alle huizen
zijn opgetrokken uit de kiezelstenen die je hier op het strand vindt. Ieder dorp
heeft een eigen pub met beschilderd uithangbord.
Ook hier heerst de zee. Het ruwe water weet haar weg naar het binnenland te
vinden en verzwelgt van tijd tot tijd hele dorpen. Op andere plekken komt er
juist nieuw strand bij. Op donkere nachten kun je de kerkklokken van de
verdronken dorpen horen luiden.
In Burnham Thorpe leiden alle kleine straatjes en
kruisingen naar The All Saints kerk. "Kom snel binnen'', kraait Mary Heather
(foto links), een trolachtige dame met loensende ogen en een wilde
grijze haardos. Zij beheert de kerk waar Horatio Nelson, de grootste Engelse
zeeheld aller tijden (1758-1805), opgroeide. Nelson verkreeg eeuwige roem
doordat hij de Fransen tijdens de Battle of Trafalgar (1805) in de pan hakte.
Zijn vader was hier dominee. In de hoek staat een marmeren buste van een knappe,
jonge Nelson.
In het echte leven was hij minder fraai; hij miste zijn linkeroog en
rechterarm; een echte zeebonk dus. Op de kerkbanken liggen kunstig handgenaaide
knielkussentjes die doen vermoeden dat de kerkgangers niet veel beters te doen
hebben dan borduren en bidden. Union Jack vlaggen wapperen in de wind, alsof er
immer gevlagd wordt door de geest van Nelson. Mary spreekt over hem alsof hij
vorige week is overleden. "Hier woonde onze Horatio. Achterin de kerk liggen
zijn vader, broers en zussen begraven. Hijzelf wilde hier ook begraven worden,
maar ze hebben hem in Londen gehouden omdat hij zo belangrijk was voor het land.
Maar hij blijft van ons, hoor.''
Alles ziet eruit alsof hij zo kan binnenlopen, en dat is zo typerend voor
Anglia. Er is niet veel, maar wat er is, blijft behouden. Het is als het liedje
waar ze hier dol op zijn: 'For good old England, she must always be. The good
old England, mistress of the sea.'
|