De Mystiek van Java
Door David Bronkhorst
Midden-Java is een must voor reizigers die van het Oosten willen
proeven. Waar ooit Nederlanders de dienst uitmaakten, heersen nu Boeddha, Allah
en eeuwenoude Javaanse geesten samen. De overweldigende natuur vol onbekende
kleuren en geuren staat garant voor een mystieke ervaring.
'Hoe-hoe-hoe-hoe-ha-ha-ha-haaaah,' gillen de apen bij zonsopkomst. De
mist boven de diepgroene jungle lost langzaam op. In de verte blazen de vulkanen
Merbaboe en Merapit langwerpige rookpluimen uit. Dan vallen de eerste
zonnestralen op de tientallen stenen boeddha's die gelukzalig voor zich uit
zitten te kijken. Ik sta op een van de zeven wereldwonderen; de Borobudur, en
laat de zonsopgang rustig op me inwerken. Deze grootse boeddhistische piramide
uit de 9e eeuw staat vlakbij de culturele hoofdstad van Java: Jogyakarta.
Met moeite beklim ik de top, een tocht die symbool staat voor het opklimmen
naar het nirvana. Het goddelijke inzicht is niet heel moeilijk te ve rkrijgen bij het zien van het wonderbaarlijke uitzicht boven. Kleine
vogeltjes vliegen in zwermen over het monument dat na eeuwen vergeten te zijn in
1872 door Nederlandse ingenieurs herontdekt n opnieuw opgebouwd werd. Vier
Japanse toeristen proberen n van de boeddha's in hun stenen stupahuisjes aan
te raken, want als je zijn rechterhand aanraakt, brengt dat geluk. Ik waag ook
een poging, maar gek genoeg zijn mijn armen te kort. ,,Proberen brengt ook
geluk, troost een van de Japanners mij. Een Amerikaanse compleet met
kralenketting, strooien hoed en een zilveren mobieltje aan haar pols, zit
vlakbij de top in lotushouding te mediteren. 'Ohmmmmmmm,' murmelt ze. Maar
verder is het stil.
Ik daal af naar de nabij gelegen jungle van Magelang. Glanzende insecten
schieten over de grond en onzichtbare krekels zoemen oorverdovend hard. De lucht
met zijn plakkerige zwaarte vormt een tastbare muur van vochtigheid. Mijn gids
loopt voor mij uit. Hij heet Felix Feitsma en is een echte (oudere) Javaanse
jongen. Een mannetje met een gezicht met honderd plooien, een grijs snorretje,
een glimlach met twee stompen in de bovenkaak en een gele slagtand middenonder.
Hij draagt een vers gesteven kleurig batik overhemd, een oranje sarong en
vreemde houten sandalen. "Ik heb nog Hollands lager onderwijs genoten," zegt hij
trots.
Ooit was Indonesi een Nederlandse kolonie. Oudere
Javanen spreken nog uitstekend Nederlands en overal vindt je sporen terug van
'ons' bewind. Tijdens een rustpauze wisselen Felix en ik sigaretten uit; in
Nederland praat je over het weer, hier kun je het beste een pakje tabak
opentrekken. Genietend neemt hij een trekje van zijn Gudang Garam filter-Kretek,
een Indonesische kruidnagelsigaret. Zoete rook dwarrelt vrolijk uit zijn
neusgaten omhoog. Terwijl hij lacht glippen zijn drie tanden tussen zijn lippen
uit. "Tja meneertje, wij beginnen tegenwoordig een klein beetje te waarderen wat
jullie hier allemaal gepresteerd hebben. Punctueel treinverkeer en prachtige
gebouwen. Maar de jeugd zegt het niets meer. Zij richten zich niet op het
Westen, maar op India. De meeste mensen hier zijn islamiet," babbelt hij verder
in een soort Gerard Reve-Nederlands. "Mijn vrouw is ook islamiet. Maar ik ben
weer teruggegaan naar het animisme, daar voel ik me gewoon beter bij."
Animisme is gn godsdienst, eerder een levensfilosofie. Je gelooft dat alles
n is; de stenen, de velden, de mensen. Je vereert je voorouders en gelooft in
geesten: de stille kracht. Dit traditionele geloof heeft nog steeds veel
aanhangers onder de Javanen, ook (stiekem) onder de islamitische Javanen. We
vervolgen onze jungletocht. Onder de klapperbomen krijg ik steeds meer het
gevoel in het paradijs te zijn. Alles groeit hier; lichtorange papaja's,
'Rampoetang' v ruchten (harige bruine ballen met zoete vruchten erin),
leliebladeren zo groot als fietswielen, felgele orchideen. Witte vlinders
fladderen tussen de struiken door. We passeren een oud vrouwtje dat gehurkt
onder een tamarindeboom zit. Men zit hier graag gehurkt. Achter haar liggen
schilderachtige valleien met rivieren, rijstvelden (sawa's) vol met boeren en
karbouwen. Smalle dijkjes, galangans, houden het water binnen. Een jonge
vrouw met haar zoontje komen vanaf de velden onze kant op. Het jongetje draagt
een T-shirt van Winnie de Poeh & Teigetje en heeft vandaag toegekeken hoe
zijn moeder het land bewerkte.
Tropenslaap De tijd van Max Havelaar lijkt nog niet
voorbij. Alle pakken tabak en koffie die wij zonder erbij na te denken in de
supermarkt kopen, worden hier voor een habbekrats verbouwd, geoogst en
gesorteerd. We lopen de kampong van Candirejo binnen. Brede, door hoge bomen
beschaduwde lanen en nauwe straatjes wisselen elkaar af. Moeders in prachtige
sarongs kopen hun groenten en fruit bij stalletjes. Een Javaan zit op een houten
veranda en speelt op zijn fluit. Een plaat roept op tot het middaggebed en
blijft na een paar zinnen steken in een groef: All-All-All-Allah. Felix steekt
nog maar een kretek-sigaret op.
De dag loopt ten einde. Na een paar uur rijden kom ik bezweet aan in de
voormalige Nederlandse Losari-koffieplantage, op het mooiste plekje van
Midden-Java, omringd door acht vulkanen. Tegenwoordig is het een exclusief
resort waar oude, koloniale tijden weer tot leven komen. Onder pisangbomen,
tussen groene bergruggen, bezaaid met felgekleurde bloemen, ontwaar ik het
clubhuis uit 1928. De weinige gasten zitten op de veranda in schommelstoelen te
genieten van een whisky, terwijl de zon ondergaat. Een verkoelend windje laat de
bamboebladeren ritselen. Een kleine Javaanse butler in onberispelijk wit komt
aanzetten met verse gemberthee. Een ander springt in de houding. 'Diner is
ready, sir.' Een uitgebreide rijsttafel staat klaar. Compleet met gado-gado,
eieren met ketjap en ketoembar, pedis, sat en soto-soep met bami jawa. Kortom
alle producten die je in een toko kunt vinden maar die hier natuurlijk zoveel
verser en lekkerder zijn. Het eten wordt begeleid door de liefelijke tonen van
een traditionele Javaanse band.
Na het diner trek ik mij terug in mijn eigen prinselijke vertrekken. De
butler heeft de menjan, wierook, laten branden tegen de insecten. Om mij niet
helemaal een decadente koloniaal te voelen laat ik zelf maar het gigantische bad
met rozenblaadjes vollopen. Uitgeput van de warmte kruip ik even later onder
mijn klamboe. Ik hoor nog net hoe de krekels het nachtleven in de jungle, met
weer andere geuren, geluiden en kleuren, aankondigen met veel getsjirp. Maar dan
zak ik al snel weg in een diepe tropenslaap.
Meer info: www.oad.nl
www.losaricoffeeplantation.com
www.singaporeairlines.nl


|