Tad Williams - Zee van Zilveren Licht, Anderland 4.
Uitgeverij Luitingh-Sijthoff. ISBN 90 245 3930 7. 960
bladzijden. Prijs 31,75 euro.
Tad Williams (USA, 1957) zette op zijn vijfentwintigste zijn droom om
archeoloog te worden opzij en koos voor het schrijversvak. Het is een
veelzijdige man, die naast radiopresentator, musicus en illustrator,
tegenwoordig veel bezig is met multimedia en virtual reality. Met Zee van
Zilveren Licht sluit Williams de Anderland-reeks af. De vorige delen waren Stad
van Gouden Schaduw, Rivier van Blauw Vuur en Berg van Zwart glas. Het verhaal
gaat over een computernetwerk, waarin echte mensen van vlees en bloed een
gesimuleerd leven leiden. Als held in het oude Troje, of als god in het antieke
Egypte, of wat de fantasie van de eigenaar van een bepaalde simwereld ook moge
zijn.
De immens rijke Felix Jongleur heeft dit computernetwerk gecreerd,
in de hoop hierin te kunnen overleven. In dit enorme netwerk zijn allerlei
gesimuleerde werelden geschapen, waarin puisant rijken hun fantasie kunnen
uitleven en almachtig zijn. Na verontrustende verdwijningen van kinderen in het
netwerk, gaan een aantal mensen op zoek om uit te vinden wat er aan de hand is.
Naast de tegenwerking van Jongleur en zijn psychopathisch hulpje John Dread,
bemerken zij de aanwezigheid van een vreemde en raadselachtige identiteit in het
netwerk: de Ander. De hoofdpersonen kunnen niet meer uit het netwerk, terwijl
ditzelfde netwerk uit elkaar aan het vallen is. Dood gaan tijdens hun reis door
diverse Simwerelden in dit netwerk betekent tevens de dood voor hun stoffelijk
lichaam in de echte wereld. In dit laatste deel volgt de verrassende
ontknoping!
Tad Willams heeft een boeiend onderwerp genomen voor zijn
vertelling. En wellicht ook een actueel onderwerp als we kijken naar de steeds
sneller ontwikkelingen en toepassingen in de informatica. Het sterkst is hij
daar waar hij het meest zijn fantasie op de loop laat gaan en letterlijk nieuwe
paden inslaat. Punt van kritiek is er t.a.v de omvang van de boeken, en met name
dit laatste deel spant met zijn 960 bladzijden de kroon. Niet overal slaagt hij
de aandacht van de lezer erbij te houden, waardoor ik nogal eens de neiging
kreeg om over passages heen te lezen. Wat kernachtiger schrijven had het boek
zeker meer kracht gegeven.
|