Geen Speelgoed
Dat speelgoed voor grote consternatie kan zorgen bleek uit de volgende
gebeurtenis. De man die mij benaderde, laten we hem Theo noemen, had enkele
jaren geleden bij een verkeersongeval een zoon verloren. De jongen had altijd
interesse gehad in het verzamelen van miniatuurautos. Ieder vrij moment had hij
gespeeld. Hij had op het laatst zoveel autootjes, dat zijn vader langs de muur
van zijn kamertje brede planken had aangebracht om ze op uit te stallen. Deze
verzameling was achtergebleven en stond stoffig te worden in het slaapkamertje
van de jongen.
Toen Theos vrouw opnieuw in verwachting raakte en het kamertje binnenkort
nodig was om de nieuwgeborene een plaatsje te kunnen geven, kwam ook de tijd om
het speelgoed op te ruimen. De man had als tastbare herinnering de verzameling
speelgoed eerst nog eens gefotografeerd. Deze fotos werden de aanleiding om mij
in te schakelen. Want na het ontwikkelen en afdrukken bleek dat de opstelling
van het speelgoed veranderd was. Deze conclusie trok Theo toen hij aan de hand
van de gemaakte foto-opnames de kamer nog eens naliep om te zien of alles dat
hij wilde bewaren goed op de fotos overgekomen was. De ontdekking van de
verandering in de opstelling van de rijen autootjes op de planken aan de muur
deed hem besluiten om nieuwe fotos te nemen en de kamer op slot te doen.
Nadat de nieuwe fotos in zijn bezit waren en hij deze opnieuw vergeleek met
wat hij gefotografeerd had, kwam hij tot de ontdekking dat een onzichtbare hand
het speelgoed opnieuw verwisseld had.
Dit maakte hem erg van streek en hij durfde er met niemand over te spreken
omdat dit gewoon niet kon en geen mens hem zou geloven. Ten einde raad en toch
zeker van zijn zaak ging hij op zoek naar een verklaring.
Een kijkje in de kamer van de jongen liet mij zien dat er een grote
aanwezigheid van energie was die zich daar ophield. Ik ontdekte hierin de
contouren van een kleine jongen die naargeestig heen en weer liep. Dit gegeven
bracht mij op het idee dat hij in feite radeloos was. Met de gedachte nog in
mijn hoofd dat zijn vader mij verteld had al zijn speelgoed op te willen ruimen,
begreep ik dat hij het er niet mee eens was. Kinderen hebben een gevoelige ziel
en zijn kwetsbaar als het om iets dierbaars gaat. De jongen was te vroeg
gestorven en zijn geest was nog op zoek de aarde te verlaten. In dit proces
waarin hij verkeerde kan het mogelijk zijn dat de gedachte-energie van zijn
ouders, om al zijn speelgoed op te ruimen, hem geraakt had waardoor hij naar de
plaats terugkeerde die hem dierbaar was. Door zijn speelgoed te verplaatsen gaf
hij te kennen de autootjes vooral niet weg te doen.
Deze verklaring kon ik niet overdragen aan de ouders. Ik had uit het
voorgesprek al begrepen dat zij beslist niet open stonden voor zaken die hen
boven de pet gingen. Ik vroeg mij af hoe ik de jongen, omwille van zijn
zielenrust, toch kon helpen zijn speelgoed te bewaren. Maar zijn ouders waren
onverbiddelijk en het speelgoed moest de deur uit. Het verdriet dat het gaf om
telkens weer die autootjes te zien, gaf de doorslag. Ook mijn voorstel om het
speelgoed in dozen te bewaren, uit het zicht dus, liep op niets uit.
Om toch de jongen nog een beetje te kunnen helpen, vroeg ik zijn ouders of ik
enige van zijn meest geliefde autos mee mocht nemen. Daarmee wilde ik de jongen
het gevoel geven dat niet alles verloren ging. Mijn verzoek werd toegestaan en
jarenlang hebben zijn autootjes bij mij op mijn werkkamer gestaan. Tot ik ze op
een dag ondersteboven gekeerd aantrof. Dit was voor mij het teken dat het niet
meer nodig was zijn speelgoed te bewaren. De jongen zal op dat moment wel
vrijgekomen zijn van alles dat hem aan de aarde bond. Zodoende kon ik een ander
kind gelukkig maken door hem de autos te schenken. Op n na. Die
laatste overgebleven speelgoedauto staat nog steeds bij mij in huis. Ik zal hem
heel goed bewaren ter ere van een kennismaking die menselijk gezien niet te
bevatten valt. Ik dank daarom nog steeds de gave dat ik heb kunnen leren zien,
al zijn mijn mogelijkheden lang niet altijd toereikend genoeg om daadwerkelijk
te kunnen helpen. Zeker niet als de wil ontbreekt om te kunnen geloven dat dood
en begraven zijn geen definitief afscheid van de aarde hoeft te
zijn.
|