De Dame van het Herenhuis
De vraag die mij gesteld werd was: Zou u willen kijken wat er waar is dat er
steeds een vrouw gezien wordt in dit gebouw.
Deze stelling werd mij voorgelegd door een aantal personen die eigenlijk niet
wisten wat ze er van denken moesten, maar ook niet wilden uitsluiten dat het
best waar kon zijn. Om reden dat velen deze verschijning door de eeuwen heen
waargenomen hadden. Met deze opdracht op zak heb ik mij toen ingelaten tegenover
een aantal wetenschappers die eigenlijk nu wel eens een proef van bewijs wilden
vinden over het fenomeen Geest. Die volgens overleveringen huis hield in een
pand waar altijd hoog geplaatste burgers gewoond hadden, en historisch gezien
zelfs invloed hadden gehad op het lands belang. Met de hoop iets te kunnen
ontdekken waar wetenschappelijk bewijs uit naar voren zou kunnen komen, had ik
mij dan ook voorgenomen om desnoods een hele week in dat gebouw te blijven. Dat
bleek echter niet nodig.
De geest, of vrouw, waarover geschreven en gesproken werd binnen de
huiselijke kringen, vertoonde zich aan mij al binnen enkele minuten toen ik mij
in de grote zaal bevond. Ze liep recht op een deur af die later een kast bleek
te zijn. Doch na onderzoek in de oude bouwtekeningen in het verleden wel een
doorgang was geweest. Korte tijd later vertoonde zij zich opnieuw. Ik trof haar
aan, staande bij een raam in een kleine kamer op de hoogste verdieping van het
gebouw, waar ze even later via het raam de kamer verliet. Nadien heb ik haar
nergens meer aangetroffen.
Deze bevindingen bleken toch wel frappant te zijn, gelet op de reactie van de
heren die mij uitgenodigd hadden. Vooral toen later bleek dat ik, zonder het te
kunnen weten, haar dood had vastgesteld. De historie gaf aan dat zij in
verwachting was geraakt door n van de hooggeplaatste heren, waar ze in het
huis als dienstmeisje werkzaam was. En ten einde raad had ze zich later zelf van
het leven had beroofd door uit het raam van haar kamer te springen. Het mocht
dan wel driehonderd jaar geleden zijn gebeurd, het onrecht haar toen aangedaan
liet ze met haar verschijning nog regelmatig weten.
Of mijn bijdrage aan dit onderzoek nog consequenties had op de
wetenschappelijke visie van mijn opdrachtgevers weet ik niet, want ik heb tot op
heden geen enkele reactie van hen mogen vernemen.
|