Hotel met spook
spekt de portemonnee

De herberg waar ik mij bevond had vreemde kostgangers. De waard die mij gevraagd had er eens een nachtje te komen slapen, had vermoedens dat het er spookte.

Dit weet hij aan het feit dat zijn gasten geen oog dicht deden als zij op kamer 4 verbleven. In het begin had hij gedacht dat men fantaseerde en men hem op deze wijze een kosteloze nacht wilde aftroggelen, maar toen hij er zijn zoon een nacht liet slapen, bleek die nadien geen enkele nacht meer in de herberg van zijn vader te willen doorbrengen. Zelfs niet meer in zijn eigen kamer. Dat gaf toch problemen, want ze hadden beiden de herberg opgezet toen het gebouw te koop stond.

In het verleden was het ooit een herberg geweest en een wisselplaats voor paarden die de postkoets trokken en daarbij passagiers vervoerden die na een lange rit, vermoeid, daar een nachtje konden slapen of een maaltijd gebruiken.
Met de vordering van de techniek en de komst van de trein, die zoveel sneller ging, raakte de herberg in verval en kreeg een andere bestemming. Er trok een smid in, die landbouwwerktuigen en kachels repareerde. Ook aan deze bedrijfstak kwam een einde. Er kwam een lunchroom voor in de plaats toen de toeristenindustrie begon te bloeien. Deze eigenaar hield het na enige jaren wel voor gezien, want hij was al op leeftijd en het complex was te groot voor hem om nog verder in te investeren. Zo was het in handen gekomen van de vader en de zoon, die het gebouw in de oude luister herstelden en met de aanpassingen van deze tijd er een restaurant en kleinschalig hotel van maakten. Deze zet was raak, want velen wilden best eens in dit nostalgische gebouw overnachten. Maar dan wel zonder de aanwezigheid van iets of iemand, die de dekens van hun bed aftrok als ze er lagen te slapen, of hun bed verschoof, waardoor ze wakker werden. Dit had zijn zoon ontdekt in kamer 4, waar hij had geslapen.

Mijn taak was nu om na te gaan hoe dit kon en waarom dit gebeurde. Zodat er verder geen praatjes meer naar buiten kwamen die de klanten weghielden. Doch kort na mijn komst in de herberg kreeg ik al te maken met een verzameling journalisten, die allen het naadje van de kous wilden weten, en vooral wat ik dacht te gaan doen. Dit zinde mij niet, want ik werk graag in stilte en zonder veel ophef. Anders kan ik mij niet concentreren op hetgeen ik doe bij dergelijke gevallen. We spraken af dat ik later wel terug zou komen om ongehinderd mijn werk te doen. Ik drukte de eigenaar op het hart geen ruchtbaarheid meer aan mijn komst te geven. Toen ik hem enige dagen later belde om een nieuwe afspraak te maken, kreeg ik van hem te horen dat hij het liever hield zoals het was. De kranten hadden inmiddels zoveel over het spook geschreven dat de bezetting van zijn restaurant overvol was geworden en makkelijk opwoog tegen het gemis van een kamer. De mensen houden er blijkbaar van ergens te komen waar zich iets afspeelt dat hun begrippen te boven gaat, zolang ze er maar niet te lang hoeven te verblijven.

De zoon is uit huis gebleven, maar helpt wel de gasten te bedienen. Deze zaak leerde mij weer dat als het zo uitkomt men liever geen weet heeft van hoe de vork in de steel steekt, als er geld mee te verdienen valt.
 

 
Suspense Publishing