Komt ze wel, komt ze niet
 
Bij deze zaak raakte ik betrokken door een journalist. Deze wilde weten hoe ik dacht over een verhaal, waar hij een stukje in de krant over moest schrijven.
 
Het betrof een nalatenschap, waarvan de documenten pas recentelijk boven tafel waren gekomen. Bijna honderd jaar geleden had een rijke ongehuwde dame, die in het dorp woonde, na haar overlijden een park en een theehuisje aan de dorpsgemeenschap nagelaten.
Voorts had ze bepaald, dat dit hele erfgoed voor de dorpsbewoners toegankelijk moest blijven.
 
Aan dit laatste had de ontvanger van de erfenis, de gemeente, echter niet zo zwaar getild. En dus was het theehuisje ook voor andere doeleinden verhuurd.
Doch vrij onlangs was daar plotseling verandering in gekomen. Er was een vergunning afgegeven voor een mini-restaurant, zodat er weer publiek kon komen.

Prima, zou men denken. Behalve voor het daar nu werkende personeel, dat zo langzamerhand steeds meer de kriebels begon te krijgen.
Dit kwam door het pas geleden boven water gekomen testament. Daarin stond namelijk vermeld dat de weldoenster honderd jaar na haar overlijden uit haar graf zou opstaan om te gaan kijken of haar wil wel goed was nageleefd.
 
En daar zat nu de kneep. De journalist wilde van me weten of het mogelijk was dt de overledene zou kunnen komen kijken. En zo ja, hoe zou ze dan reageren? Zou ze het laten bij wat ze zag of zou ze ook terug gaan zien naar het verleden?
 
Op deze laatste vragen kon ik geen antwoord geven. Wel kon ik zeggen dat het daar werkende personeel waarschijnlijk niets te vrezen had. Tenslotte hadden zij niets misdreven. Maar ook dat kon ik, bij een zaak als deze, eigenlijk niet helemaal zeker weten.
 
We zullen het verloop dus maar moeten afwachten.
Blijft de vraag natuurlijk wl of de gemeente uiteindelijk eieren voor haar geld gekozen heeft onder de mom van: je kunt nooit weten

Waarschijnlijk zullen we het antwoord hierop nooit te weten komen.
 

 
Suspense Publishing