De deurklopper
Op een dag werd ik gebeld met de vraag of ik ook klopgeesten kon behandelen. De mensen woonden in een pas gebouwd huis en alles leek erop, dat ze ongewenst bezoek hadden gekregen van iets, dat regelmatig bij hen op de deur klopte, zonder dat er een mens te zien was. Nu leerde de ervaring mij, dat niets zomaar begint en dat het hoe en waarom achterhaald moet worden, om de zaak weer ongedaan te krijgen. Dit kan soms een heel werk zijn, zonder dat je van tevoren weet of het wel tot een oplossing kan komen. Ook in deze zaak was dit de vraag.
Mijn bezoek bracht mij bij een flink, ruim, vrijstaand huis met rondom een grote tuin. Aan de achterzijde lag een oude boomgaard en dat was tevens de kant, waar er op de deur werd geklopt.
Ik trof er een flink aantal koperdraden aan, die om en op de bewuste achterdeur waren gespannen door een aardstralenspecialist, zo had men mij laten weten.
Doch het had niets uitgehaald, het kloppen bleef. Ten einde raad hadden ze de radio de hele dag maar luid aanstaan, om het geklop te overstemmen. Gelukkig vond het kloppen meestal plaats van halverwege de ochtend tot voor in de avond.
Op mijn ronde om het huis, kon ik niets vreemds ontdekken. Hoe ik mij ook instelde op een andere vorm van energie. Ook het kloppen werd door mij niet waargenomen.
Net toen ik naar binnen wilde gaan, om te vragen op welke tijd dit het meeste voorkwam, naderde er een oude man van achter uit de boomgaard. Hij liep schuifelend en ik schatte hem zeker rond de tachtig. Zijn richting was de achterdeur, waar hij ook naar binnen ging. Kort erop nam ik een energieveld waar, in de vorm van een soort waas, die dezelfde kant op ging en voor de deur bleef hangen, waar de oude man naar binnen was gegaan. Het geklop begon eigenlijk direct erop en was goed hoorbaar. Ik had de bron gevonden, nu nog de rest. Iets zei mij er nog niet gelijk mee te koop te lopen en even af te wachten. Ik nam de tijd en maakte het mij gemakkelijk op een boomstronk, terwijl ik naar het verschijnsel bleef kijken en luisteren. Terwijl ik wachtte, verscheen de oude man weer en verliet het huis met in zijn kielzog de waas.
Het kloppen hield op. Ik besloot de man te volgen en kwam achter in de boomgaard terecht, waar hij een soort onderkomen had in de vorm van een bakstenen geval, dat ooit een ketelhuisje van een planten- of groentenkas was geweest. In ieder geval geen riante behuizing vergeleken met het huis waar hij net vandaan kwam.
De waas nam ik niet meer waar en ik besloot nog even te wachten tot ik meer wist. Want ook deze keer vertelde iets mij, het verband tussen die twee nog even stil te houden.
Ik liet mijn opdrachtgevers dan ook weten, binnenkort terug te komen voor een nader onderzoek.
Net toen ik weg wilde gaan, hoorde ik mijn stem zeggen: “vraag eens naar vader”.
Terwijl ik dat deed, sloeg de stemming bij de mensen om en kreeg ik te horen, dat ze mij wel opnieuw zouden bellen. Waarschijnlijk had ik een tere snaar geraakt, die ze nog moesten verwerken.
Hoe de zaak verder lag, kwam ik bij toeval aan de weet. Kort nadien werd ik namelijk gebeld door mensen, vlak bij hen in de buurt, met een ziek paard dat maar niet beteren wilde.
Nadat ik het paard had behandeld, kreeg ik te horen dat ze kennissen hadden, waarop de deur werd geklopt en dat die daar veel last van ondervonden. Of ik daar niet eens wilde gaan kijken. Nu ik toch hier was, wilden ze wel even voor me bellen of het goed was als ik kwam. Om meer over deze zaak aan de weet te komen, was ik hier aan het juiste adres en vroeg dan ook meteen naar de vader.
Hier stonden ze echt versteld van dat ik dat wist en ik liet het ook maar even zo.
De oude man die achter in de tuin woonde, bleek de broer van de overleden vader te zijn van de vrouw die er nu woonde. Haar vader had jaren lang voor zijn broer gezorgd, die aan reuma leed. Toen haar moeder nog leefde, was dit geen bezwaar geweest, maar na haar overlijden ging het moeilijker. Zo kwam vader tot het plan, een ruim huis te laten bouwen, waar zij beiden hun verzorging in konden vinden. In ruil daarvoor zou de dochter het huis erven. Helaas kwam de vader tijdens de bouw van het nieuwe huis om het leven door een verkeersongeval en werden de bouwplannen gewijzigd.
De aanstichter van het geklop werd mij met de minuut duidelijker en ik wilde alleen nog de proef op de som nemen. Enige dagen later toog ik op weg om de oude man te bezoeken.
Met mijn komst was hij niet echt blij, want hij had al narigheid genoeg, liet hij me weten.
Ik begreep het allemaal best. En zeker met wat ik nu wist. Een maaltijd, koffie en huisvesten in een bouwval was niet bepaald de opzet geweest.
Toch liep hij op mijn verzoek nog eens een keer naar het huis aan de voorkant en zie, de waas formeerde zich weer. Met uiterste concentratie nam ik het hoofd van een man daarin waar. Hij droeg een donkere gleufhoed. Ik kreeg dan ook de bevestiging, dat zijn overleden broer een dergelijke hoed regelmatig droeg.
De oplossing was nu gevonden, maar we hadden er weinig aan. Als de mensen nu eenmaal niet willen luisteren, kun je kloppen wat je wilt.
Deze zaak bracht opnieuw naar voren, dat mensen elkaar soms bewust zoveel leed aan doen, dat een overledene, dikwijls met zijn laatste krachten, zich toch nog wil manifesteren. Alleen, hun manier van doen wijkt dan af van het ons zo gebruikelijke. Dat komt vaker voor dan we ons bewust zijn.
Het kloppen zal inmiddels wel opgehouden zijn want korte tijd later vernam ik, dat de oude man was overleden. Misschien wonen hij en zijn broer nu wel samen in een ander huis.
|