Vuurgeest

Jason Evans is het altijd voor de wind gegaan. Hij heeft een lieve vrouw, Kayla, een goede baan en veel vrienden. Niets staat zijn geluk in de weg, tot een onbekende vijand hem vreemde fotos stuurt. Die tonen een begraafplaats. Achterop de polaroids is een onheilspellende en verbijsterende boodschap geschreven: Jij bent dood. Je denkt dat je leeft, maar je bestaat niet. Spoedig merkt Jason dat zijn leven heel anders is dan hij altijd gedacht heeft. Hij begint een ongelooflijke speurtocht. Het zoeken naar zijn eigen graf.

Fragment

1

De eerste foto kwam laat op maandag 11 juli, een niet zo heel gewone dag. Een dag dat Jason Evans zich zorgen maakte. Zorgen ontkende hij meestal en daarbij was er maar weinig waarover hij zich te beklagen had. Op de dag dat de ellende begon, knaagde het echter aan hem.
Hij was bezig een campagneplan te schrijven en dat schoot geen bal op. Lag dat aan de opdrachtgever? Aan hem? Of was het gewoon omdat hij een slechte dag had? Feit was dat hij geen inspiratie had om iets te bedenken voor de autohandel van Tommy Jones. Beter gezegd, voor het tweedehands imperium van de autokoning. Wat moest je nog uit de reclamehoed toveren voor een man die de afgelopen dertig jaar alles had verzonnen om zijn roestbakken aan de man te brengen?
Noem het geen roestbakken. Het zijn goede vehikels. De beste koop die je kunt sluiten. Nergens goedkoper, nergens beter dan bij Tommy, de autokoning.
Misschien had het ermee te maken dat Jason ooit zelf een tweedehands bak bij een dealer van Jones had gekocht. Lang geleden, toen hij nog op College zat. De antieke rode Plymouth Road Runner had hem na welgeteld twee maanden in de steek gelaten. Dat was de eerste en laatste keer dat hij klant was geweest bij de koning. Nu was diezelfde koning klant bij hem. Nou ja, bij Tanner & Preston, het prestigieuze reclamebureau waar hij accountmanager was. Zijn baas, Brian Anderson, had uitgerekend hem hoofd gemaakt van het team dat in het leven was geroepen om de jongste clint, overgestapt naar Tanner & Preston van concurrent Foote, Grey & Hardy, het hof te maken.
Best mogelijk dat zijn gebrek aan inspiratie er ook mee te maken had dat hij vandaag voor het eerst de koning in levende lijve had ontmoet. Hij had de man, die hij tot heden eigenlijk alleen maar gekend had van advertenties en billboards, waarop hij al decennia zijn tanden bloot lachte, hoogstpersoonlijk de hand mogen schudden. Vanmiddag had Tommy tweenzestig er net zo uitgezien als in zijn reclame. Die brede grijns in dat ronde gezicht. Dunnend grijs haar, onberispelijk gekamd met een scheiding precies in het midden. Fors postuur. Hij was wel kleiner dan in de advertenties. Een klein, corpulent kereltje, dat was hij in het echt. En energiek. Doe eens iets anders, had hij met wilde gebaren uitgeroepen tegen Jason en Brian. Doe eens iets anders met mijn autos. Maak ze aantrekkelijker, mooier Jezus, voor mijn part meer sexy!
Sexy? had Jason gedacht. Sexy? O jongens, wat was het sexy toen jouw wagen mij liet staan en ik blut was en daarna maanden krom heb gelegen in een McDonalds om geld te verdienen voor een nieuwe een betere dan het kreng van jou, waar de verkoper die hem mij destijds aangesmeerd had geen cent vergoeding voor wilde geven.
Dat had hij natuurlijk niet uitgesproken. Het zou geen zin hebben gehad en trouwens, de tijden waren veranderd. Tegenwoordig hoefde hij zijn vervoermiddelen, op dit moment een fraaie metallic Buick LaCrosse CX, niet meer te kopen bij Tommy nergens goedkoper, nergens slechter Jones. Brian zou ook niet gelukkig geweest zijn als hij wel zijn mond had opengetrokken over de Plymouth die zon vijftien jaar geleden veel te kortstondig zijn eigendom was geweest.
Maar eind van het liedje was wel dat, sinds veertien dagen geleden zijn TJT (Tommy Jones Team) was opgericht, hij nog steeds niets had bedacht om het imperium van Jones meer aantrekkelijk en sexy te maken. Tenminste, niets waar Tommy zelf het mee eens zou zijn.
Het was zes uur geweest, zijn afdeling verlaten. Zijn collegas Barbara, Carol, Donald en Anthony waren naar huis. Hij zat alleen in deze ruimte op de 24e verdieping van Roosevelt Tower in het hart van Los Angeles. Buiten broeide nog steeds de hitte van juli, binnen zoemde de airco. Nog vier weken, dan had hij vakantie. Dan kon hij de heksenketel die Los Angeles was achter zich laten, om onder te duiken in de Rocky Mountains van Utah. Samen met Kayla en met niemand anders. Nog vier weken
Voor het zover was moest hij nog wel iets bedenken voor Tommy Jones. Alleen had hij een vermoeden dat het hem vandaag niet meer zou lukken. Hij zat er net aan te denken het plan maar tot morgen te laten liggen, toen George zijn kantoor binnenkwam. De postbezorger van Tanner & Preston (zelf noemde hij zich liever dienstverlener), zwaaide met een kleine bruine envelop.
U heeft nog een late levering gekregen, zei George.
Hij overhandigde de envelop. Daarop stond zijn naam en adres; geen naam of logo van de afzender. Jason fronste en pakte zijn zilveren briefopener. George schuifelde intussen de kantoortuin uit. De brede rug van de man verdween door de deur. Jason sneed de envelop open. Er zat geen brief in, wel een foto. Hij haalde hem eruit. Het was een polaroid. Daarop een ouderwetse poort, geflankeerd door bomen. Achter de poort staken grafstenen uit de grond. Het was de toegang naar een begraafplaats.
Jason keek nog eens in de envelop, op zoek naar een begeleidende brief en enige betekenis voor deze foto, maar er zat geen schrijven bij.
Hij draaide de foto om en zag toen pas dat er achterop wat geschreven was, in blokletters. Hij las het met stijgende verwondering.

Drie berichten heb ik voor je, dit is het eerste. Geloof niet dat je leeft.

Zijn ogen bleven een tijdje hangen bij deze woorden. Toen keerde hij de polaroid weer om. De grafstenen achter de oude poort.
Wat is dit? mompelde Jason. Opnieuw keek hij achterop. De laatste handgeschreven woorden sprongen terug op zijn netvlies.

Geloof niet dat je leeft.

Hij begreep er helemaal niets van. Vervolgens wierp hij nog een blik op het kerkhof. Het was geen begraafplaats die hij herkende. Tussen de laatste rustplaatsen door groeide gras en hij zag lage, struikachtige bomen.
Wie heeft me dit gestuurd? Waarom? Wat stelt dit voor?
Op geen van deze vragen had hij antwoorden. Nogmaals zocht hij op de envelop naar de naam van de afzender. Die stond er niet. Op de voorzijde was onder de postzegel enkel zijn naam en adres geschreven, in dezelfde blokletters als de korte tekst op de polaroid.

Tanner & Preston
Jason Evans
Roosevelt Tower
1230 Hollywood Avenue
Los Angeles
CA 90038

De brief was bezorgd door United States Postal Service. Maar wat simpelweg ontbrak was de naam van de persoon die hem had verzonden.
Jason wist niet wat hij moest denken. Hij keek op, wilde George vragen of die meer kon vertellen, maar natuurlijk was de dienstverlener al weg.
Hoe kan het trouwens dat deze brief pas nu hier is? Op deze tijd wordt er toch geen post meer bezorgd?
Nee, post kwam s ochtends vroeg en rond n uur. Nooit aan het eind van de dag. George kon hem wellicht meer vertellen, als George niet ook al naar huis was. Jason zocht in zijn PC naar het directe nummer van de postbezorger. Hij liet enkele keren overgaan. Er werd niet opgenomen. George was op de terugweg naar zijn kamer, of naar de uitgang van het gebouw. Jason stond op en rende naar de lift. Hij wachtte ongeduldig tot die boven was en drukte op de knop die hem naar de eerste verdieping zou brengen, naar Georges postkamer. Beneden sprintte hij de lift uit.
George! riep hij, toen hij bij diens hok was. Klein, met muren van opgestapelde bruine pakketten en dozen papier. De man zelf was er helaas niet. Jason bleef staan bij het bureau van George en vroeg zich af waar in de tweenveertig verdiepingen tellende Roosevelt Tower de kerel kon zijn, maar meer nog was hij in zijn hoofd bij de polaroid die hij zojuist had ontvangen en waarop geschreven stond dat hij niet leefde. Blijkbaar om dat visueel te bekrachtigen had de afzender een kerkhof gefotografeerd en dat was ziekelijk, een misselijke streek, het sloeg nergens op en
Jason haalde diep adem in een poging enigszins zijn kalmte te bewaren. Hij dwong zichzelf rustig te blijven.
Toen kwam George de hoek om. Hij trok verbaasd de wenkbrauwen op. Meneer Evans?
Jason slaakte een zucht van verlichting. George, luister ns, de brief die je me net gaf
Ja? zei George, op zijn hoede.
Waar komt die vandaan? Zo laat komt er geen post meer. Wie heeft hem bezorgd?
Tja, zei de man, en krabde achter een oor. Ik vond hem in mijn postvak. Ik moet hem over het hoofd hebben gezien, hoewel ik vanmiddag meende alles bij iedereen afgeleverd te hebben. Maar ik zal wel niet goed uit mijn doppen hebben gekeken. Was het belangrijk?
George Timberlake keek hem aandoenlijk aan. Een beer van een vent die geen vlieg kwaad deed.
Je vond hem pas nu in je postvak?
Zo is het, meneer Evans.
Je weet niet wie hem daarin heeft gelegd?
George keek peinzend voor zich uit. Ik sorteer alle post heel zorgvuldig. Maar soms gaat er iets mis en dat zal nu ook wel gebeurd zijn.
Was dit de enige brief die je over het hoofd hebt gezien?
Weer krabde George achter een oor. Das toch wel vreemd, meneer Evans. Ik zou gezworen kunnen hebben dat mijn bezorgvak leeg was. Helemaal leeg. Echt waar. En toen ik nog eens keek toen lag er dus die envelop in.
Zomaar opeens?
U zegt het.
Brieven verschijnen niet uit het niets, George. Ze kunnen zichzelf niet opeens in de wereld toveren.
De man leek er over na te moeten denken. Nee, dat is zo.
Heb je de hele tijd op je plaats gezeten?
Niet de hele tijd, ik ben nog koffie wezen drinken met Lori. En meneer Albraight van de administratie belde. Daar ben ik ook geweest. Hij had wat vragen over portibedragen die we uitgeven, hij wil altijd dat alles tot de laatste cent klopt. Het is een precieze, die meneer Albraight. En verder
Je bent dus een paar keer van je plaats geweest, stelde Jason vast.
Klopt, zei George.
En toen lag opeens die brief in je postvak.
George knikte.
Je kan me niet zeggen wie hem daar achtergelaten heeft.
George schudde zijn hoofd.

Tien minuten later was Jason terug in zijn eigen kantoor. Op het beeldscherm van zijn PC stond de tekst van zijn concept campagneplan voor Tommy Jones.
Jason nam de polaroid tussen zijn vingers, keek nog een laatste keer naar de poort en de zerken en de handgeschreven regels. Hij stopte de foto terug in de envelop, die hij in de binnenzak van zijn colbert schoof. Daarna pakte hij zijn aktentas, schakelde de computer uit en verliet zijn kantoor.
Iemand had post voor hem afgeleverd.
Geloof niet dat je leeft.
Nogal macabere post.

Omvang: 300 paginas
Genre: thriller
Prijs: 14,95 euro (geen verzendkosten)

Te koop in onze shop.







Recensie Veronica Magazine van de eerste druk (2 augustus 2005)




















Back
 
Suspense Publishing