Nachtogen

Twaalf beklemmende mysterieuze verhalen van Jack Lance


Sarah doet opeens vreemde dingen. Die heeft ze niet gedaan, weet alleen zij. Een geheimzinnige vrouw overtuigt haar vrienden en bekenden dat zij Sarah is. De ander zal pas ophouden als ze krijgt wat ze wil. Dat is Sarah zelf, voor n nacht.

Bijna een kwart eeuw nadat ze elkaar voor het laatst gezien hebben, houden drie vriendinnen een renie. Dan verschijnt de vierde van de eens zo hechte groep. Zij is geen spat veranderd. Nog net zo jong als toen. Geen dag ouder geworden.

Als Linda Richards op een dag thuiskomt bij haar kleine bungalow, staat daar haar Astra 1.3 S. Dezelfde wagen waar ze op dat moment ook in zit.

Steven wil van zijn bijziendheid af en gaat voor een laser-oogcorrectie. Daarna ziet hij weer scherp. Meer dan hem lief is zelfs.

Pas op voor de Stoplichtman.

Twaalf nagelbijtend spannende verhalen, inclusief het verfilmde Tikken en filmscript van Tikken.


Inhoud

Ik wil jou

Het Spoor

Nachtogen

Bijziend

Samantha

Bloedlust

Begraven

Pas op voor de Stoplichtman

Meneer Monster

Harold Aldraugh (1935-2003)

De Vreemde Gast van Archibald McPherson

Tikken


Filmscript Tikken


Fragment uit Nachtogen

1

Ze nam de laatste, scherpe bocht. Onder de banden kraakten dode takken. Daarna doemde het herenhuis op van de Stantons, opgebouwd uit grijze granietblokken. Haar eigen bungalow, dertig meter verder, het laatste huis aan deze kleine overharde weg, met muren van rode baksteen, stak er maar schril tegen af.
Ze was blij haar huis te zien. Een barstende hoofdpijn kwelde haar. Pijnscheuten als messteken sneden door haar slapen en ook haar maag leek zich om te keren. Vlug reed Linda langs de woning van haar buren, wilde met een soepele stuurbeweging haar oprit inrijden, tussen de zijgevel van haar bungalow en een betonnen keermuur tegen een grashelling, toen ze merkte dat er al een wagen stond op haar parkeerplaats.
Ook een blauwe, net als zij had.
Een Vauxhall Astra 1.3 S. Hetzelfde merk dat zij reed.
Linda sperde haar ogen wijdopen.
Ze bleef in een halve draai achter de andere Astra staan, liet de motor lopen en bekeek de andere auto. Haar ogen gleden naar de nummerplaat achterop.
WFS197 126.
Haar nummer.
Het gebeurde Linda bijna nooit dat ze letterlijk geen woord kon uitbrengen van verbazing, maar nu overkwam haar dat wel. Nog een keer keek ze naar de andere auto en de nummerplaat. Haar eerste gedachte was een krankzinnige.
Ik ben al thuis.
Was ze vanochtend niet met haar eigen wagen naar het werk gegaan en had ze haar vertrouwde Astra thuis laten staan? In verwarring gebracht dacht ze hier serieus over na. Een ogenblik maar. Langer duurde het niet voor ze zich herinnerde dat ze vanochtend vanzelfsprekend achter het stuur van haar eigen auto was gekropen. Ook was het duidelijk dat ze daar nu in zat.
In ongeloof staarde Linda naar de andere Astra, die als twee druppels water leek op haar auto. Ze klemde haar handen om het stuur. Het enige dat door haar heen maalde was dat dit niet kon, het bestond niet.
Verbijsterd kwam ze in beweging. Ze zette de motor af, opende het portier en stapte behoedzaam uit. De wind floot zacht, streelde haar halflange, donkere haar; er was het geruis in de bladerdekken van de bomen rondom haar bungalow. Verder niets.
Voorzichtig liep ze naar de Astra voor haar.
Door een raam van die wagen tuurde ze naar binnen. Dezelfde grijze bekleding. Uit de asbak stak achteloos de verfrommelde wikkel van een rol pepermunt, net als in haar Astra. Een AA-wegenkaart op de achterbank, waar zij hem ook had liggen. Een benzinebonnetje waar ze die dingen altijd liet slingeren, in het bakje naast haar stoel. De wagen moest dringend gestofzuigd worden. Die van haar ook; vuil op dezelfde plekken.
Het was haar interieur, haar spullen lagen erin; het was haar auto. In 2001 tweedehands gekocht, toen drie jaar oud en met betrekkelijk weinig mijlen op de teller. Dat laatste had George Dinsdale, de verkoper van Johnsons Garage, haar met nadruk verteld. Niet dat dit haar veel had genteresseerd. Haar belangstelling was vooral uitgegaan naar de prijs van de wagen, met daaraan gekoppeld de wens dat de bak haar niet te vaak in de steek moest laten. Dat was nou net de reputatie die Astras hadden. Haar geld gaf ze liever uit aan snuisterijen voor in huis ofschoon ze daar de laatste maanden geen cent had ingestoken. Ze was met andere dingen beziggeweest.
Aarzelend wreef ze over de lak van de tweede wagen en hoopte even echt dat ze niets zou voelen, dat haar hand in de tweede Astra zou verdwijnen, alsof ze in lucht greep. Ze raakte koud staal. De auto stond er. Geen waanvoorstelling.
Haar eigen Astra had ze de laatste twee weken niet gewassen. Op het dak (van beide wagens) zat dezelfde grijze koek vogelpoep. Daarna zette ze beide handen in komvorm tegen haar voorhoofd en het glas van een ruit en keek opnieuw. Dezelfde vlek van een slecht dichtgedraaid potje tipex op het dashboard.
Ze dacht aan de kras op de achterkant van haar wagen. Gevolg van een onoplettendheid (stommiteit, beter gezegd) tijdens boodschappen doen in de supermarkt van Glenshee een jaar geleden. In een bloemenperk, aan de rand van het parkeerterrein, had prikkeldraad gelegen. Het was een mooie dag geweest, het raam had ze naar beneden gedraaid, ze had de draad zelfs horen schrapen tegen het metaal en ze had behoorlijk gevloekt.
Linda hurkte neer bij de uitlaat van het duplicaat en zag een bekende roestige streep in de lak. Juist de roest deed het hem. Een nieuwe kras, vers en jong, had een frisse aluminiumkleur. In twaalf maanden tijd was het litteken op haar auto echter somber bruinzwart geworden. Diezelfde kleur had de kras op de andere auto.
Ze kon er niet meer onderuit. Beide wagens waren gelijk. Volkomen gelijk aan elkaar.

Verhalenbundel
2007 / 320 blz
Prijs: 14,95 (geen verzendkosten)

Verkrijgbaar in de boekhandel of onze shop: www.suspenseshop.com



Back
 
Suspense Publishing